Sinds vorige week donderdag ben ik lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Bij de verkiezingen van 2 maart 2011 heeft de SP vijf zetels behaald. Met mijn vierde plek ben ik dus verkozen. Bij de verkiezingen heb ik totaal 3411 persoonlijke stemmen opgehaald. Een bizar aantal. Niet dat ik 3411 vrienden heb. Veel mensen in Den Haag stemmen op de eerste Haagse kandidaat en deze eer viel mij ten deel.
Feestelijk nieuws natuurlijk dat ik mag gaan freubelen in de provincie. Minder feestelijk is onze teruggang van acht naar vijf zetels. Dat doet pijn, omdat je dan altijd afscheid moet nemen van een aantal fijne en goede mensen. Hoewel dat ook wel weer een beetje bij de politiek hoort. Er is één zekerheid in de politiek: d'r is geen zekerheid in de politiek.
De komende tijd wordt spannend. Men is nu bezig om een coalitie te smeden. Een coalitie die eer aandoet aan de verkiezingsuitslag. Een lastig karwei. VVD is de grootste partij geworden in Zuid-Holland, met vlak daarachter PvdA en vervolgens PVV. PVV, D66 en 50-plus zijn de grootste winnaars van de verkiezingen, met respectievelijk van nul naar acht zetels, van een naar vijf zetels en van nul naar een zetel. Zie daar maar eens een coaltie uit te brouwen die de komende vier jaar zonder teveel kleerscheuren blijft zitten. We zullen het binnenkort wel merken.
Dit ben ik:
- Jerry Snellink
- Den Haag, student, SP, Haagse Hogeschool, medezeggenschap, politiek, Bestuurskunde en Overheidsmanagement, boeken, elpees en lid Provinciale Staten Zuid-Holland.
dinsdag 22 maart 2011
Moore is niet meer
‘Britse rockgitarist Gary Moore overleden’, viel gisteren te lezen op NU.nl. Het bericht ging vergezeld van een elftal foto’s waarop een lichtelijk corpulente man te zien was, met op elke foto diezelfde grimas. Ogen stijf dicht en de mond half open. Iedereen die Gary wel eens live heeft gezien, weet dat deze foto’s gemaakt zijn tijdens één van zijn befaamde gitaarsolo’s. Hoewel, dat corpulente is pas van de afgelopen jaren. Terwijl de gitaarsolo’ van daarvoor zijn.
Gary Moore, geboren in Belfast, heeft een roerige carrière achter de rug. Zijn vader was concertpromotor, dus muziek is bij Gary waarschijnlijk met de paplepel ingegoten. Op z’n tiende kreeg Gary zijn eerste gitaar. Daarna speelde hij in verschillende bands, waaronder Thin Lizzy. In het begin speelde hij vooral blues, maar in de loop van zijn carrière werd de muziek steeds harder en sneller. Toen Gary zijn eigen band vormde kwamen de echte harde rockalbums.
In 1990 veranderde er iets, een midlifecrisis misschien, en begon Gary Moore (weer) met het maken van bluesalbums. Was Gary met zijn hardrockalbums al wel bekend geworden, met de blues werd hij pas echt bekend bij het grote publiek. Qua muziek is daarna weinig schokkends gebeurd. Rond 1997 begon Gary te experimenteren met dancebeats en in 2001 keerde hij weer terug naar de blues met ‘Back to the blues’.
Mijn eerste kennismaking met Gary was op jonge leeftijd. Ik was rond de leeftijd van tien en ik snuffelde wat in de platenkast van mijn moeder. Tussen de platen van Def Leppard, Golden Earring en Tata Mirando vond ik de indrukwekkende plaat ‘Wild Frontier’ van Gary Moore. De plaathoes liet weinig over aan mijn zeer jeugdige verbeelding: een woest figuur, boosaardige blik, grote bos haar en een Gibson gitaar. Dit moeste wel ‘echte’ muziek zijn. Na het opzetten van deze plaat was ik verkocht. Zeker na het zien van een live-video. Deze man toverde klanken uit zijn gitaar die ik nog nooit gehoord had. Sindsdien zwoer ik trouw aan de rockmuziek.
Vrijdagmiddag, groep zeven. Elke week mocht iemand een CD meenemen en draaien. Natuurlijk nam ik Gary Moore mee. Helaas waren de meeste oren alleen Spice Girls en Backstreet Boys gewend. De tere kinderzieltjes waren nog niet klaar voor gillende gitaren, donkere riffs en heftig drumwerk. Een hoop zieltjes zullen waarschijnlijk nooit klaar zijn voor Gary en trawanten. Rockliefhebbers blijven toch altijd een soort op zichzelf.
Gary is dat op een gegeven moment ontgroeid. Met zijn bluesnummers sprak hij een nieuw en groter publiek aan. Mij heeft deze muzikale wending nooit echt kunnen bekoren. Later heb ik veel meer oude en nieuwe gitaarhelden leren kennen. Ik ben er zelf LP’s voor gaan sparen. Maar Gary Moore was toch mijn eerste gitaarheld. En de eerste, die vergeet je nooit.
Gary Moore is niet meer. Op 58-jarige leeftijd verlaat deze gitaarheld en idool ons via een hotel in Spanje. Door een hartaanval naar verluid. Inspiratiebron van veel gitaarhelden in de dop. Zijn muziek zal voortleven. Vanavond zal ik als ode een extra lange luchtgitaarsolo brengen.
Deze column is op 24 februari 2011 verschenen in De Leunstoel, internetmagazine voor rustige mensen.
Gary Moore, geboren in Belfast, heeft een roerige carrière achter de rug. Zijn vader was concertpromotor, dus muziek is bij Gary waarschijnlijk met de paplepel ingegoten. Op z’n tiende kreeg Gary zijn eerste gitaar. Daarna speelde hij in verschillende bands, waaronder Thin Lizzy. In het begin speelde hij vooral blues, maar in de loop van zijn carrière werd de muziek steeds harder en sneller. Toen Gary zijn eigen band vormde kwamen de echte harde rockalbums.
In 1990 veranderde er iets, een midlifecrisis misschien, en begon Gary Moore (weer) met het maken van bluesalbums. Was Gary met zijn hardrockalbums al wel bekend geworden, met de blues werd hij pas echt bekend bij het grote publiek. Qua muziek is daarna weinig schokkends gebeurd. Rond 1997 begon Gary te experimenteren met dancebeats en in 2001 keerde hij weer terug naar de blues met ‘Back to the blues’.
Mijn eerste kennismaking met Gary was op jonge leeftijd. Ik was rond de leeftijd van tien en ik snuffelde wat in de platenkast van mijn moeder. Tussen de platen van Def Leppard, Golden Earring en Tata Mirando vond ik de indrukwekkende plaat ‘Wild Frontier’ van Gary Moore. De plaathoes liet weinig over aan mijn zeer jeugdige verbeelding: een woest figuur, boosaardige blik, grote bos haar en een Gibson gitaar. Dit moeste wel ‘echte’ muziek zijn. Na het opzetten van deze plaat was ik verkocht. Zeker na het zien van een live-video. Deze man toverde klanken uit zijn gitaar die ik nog nooit gehoord had. Sindsdien zwoer ik trouw aan de rockmuziek.
Vrijdagmiddag, groep zeven. Elke week mocht iemand een CD meenemen en draaien. Natuurlijk nam ik Gary Moore mee. Helaas waren de meeste oren alleen Spice Girls en Backstreet Boys gewend. De tere kinderzieltjes waren nog niet klaar voor gillende gitaren, donkere riffs en heftig drumwerk. Een hoop zieltjes zullen waarschijnlijk nooit klaar zijn voor Gary en trawanten. Rockliefhebbers blijven toch altijd een soort op zichzelf.
Gary is dat op een gegeven moment ontgroeid. Met zijn bluesnummers sprak hij een nieuw en groter publiek aan. Mij heeft deze muzikale wending nooit echt kunnen bekoren. Later heb ik veel meer oude en nieuwe gitaarhelden leren kennen. Ik ben er zelf LP’s voor gaan sparen. Maar Gary Moore was toch mijn eerste gitaarheld. En de eerste, die vergeet je nooit.
Gary Moore is niet meer. Op 58-jarige leeftijd verlaat deze gitaarheld en idool ons via een hotel in Spanje. Door een hartaanval naar verluid. Inspiratiebron van veel gitaarhelden in de dop. Zijn muziek zal voortleven. Vanavond zal ik als ode een extra lange luchtgitaarsolo brengen.
Deze column is op 24 februari 2011 verschenen in De Leunstoel, internetmagazine voor rustige mensen.
vrijdag 4 maart 2011
SP Den Haag weer gegroeid
De SP in Den Haag wil graag alle SP-stemmers bedanken voor het vertrouwen dat ze de SP weer hebben gegeven. De stijgende lijn die vorig jaar is ingezet, gaat nu verder. De voorlopige uitslag zegt dat 9,2% van de Hagenaars voor de SP heeft gekozen. Dat is een groei van bijna een kwart ten opzichte van de verkiezingen voor de Tweede Kamer van afgelopen juni en ruim een verdubbeling sinds de gemeenteraadsverkiezingen. Hagenaar Jerry Snellink is door deze goede uitslag verkozen in de Provinciale Staten: “De Hagenaars hebben duidelijk laten horen dat het socialer moet in Zuid-Holland én in Den Haag. Er moet dus een streep door de uitverkoop van onze HTM. En er moet geïnvesteerd worden in wijkwerk in plaats van het afbraakbeleid van de Haagse wethouders.”
Snellink bedankt niet alleen alle stemmers, maar ook de vele vrijwilligers die tijdens deze campagne langs de deuren zijn gegaan om folders te verspreiden. Zelfs op de regenachtige dagen stonden zij toch op de markten met mensen te praten. “Sommige partijen zie je na de verkiezingen niet meer op straat. De SP blijft zich met de Hagenaars inzetten voor een menselijker en socialer Den Haag. Vorig jaar hebben we actiegevoerd samen met mensen in de Schilderswijk en Spoorwijk. Nu wordt er geld geïnvesteerd in deze wijken en zie je verbeteringen. Ook buiten verkiezingstijd blijven wij zij aan zij staan naast de inwoners van Den Haag. Zij kunnen op de SP rekenen.”
Snellink bedankt niet alleen alle stemmers, maar ook de vele vrijwilligers die tijdens deze campagne langs de deuren zijn gegaan om folders te verspreiden. Zelfs op de regenachtige dagen stonden zij toch op de markten met mensen te praten. “Sommige partijen zie je na de verkiezingen niet meer op straat. De SP blijft zich met de Hagenaars inzetten voor een menselijker en socialer Den Haag. Vorig jaar hebben we actiegevoerd samen met mensen in de Schilderswijk en Spoorwijk. Nu wordt er geld geïnvesteerd in deze wijken en zie je verbeteringen. Ook buiten verkiezingstijd blijven wij zij aan zij staan naast de inwoners van Den Haag. Zij kunnen op de SP rekenen.”
dinsdag 8 februari 2011
Hoogste binnenkomer SP Zuid-Holland is Hagenaar
Op nummer vier van de SP-kandidatenlijst voor de Provinciale Staten staat Hagenaar Jerry Snellink. Hij is daarmee de hoogste nieuwe binnenkomer op de lijst. De 22-jarige student bestuurskunde heeft ondanks zijn jonge leeftijd al een indrukwekkende staat van dienst. Zo zat hij in het eerste bestuur van de Haagse Studentenvakbond en was hij op de Haagse Hogeschool voorzitter van de medezeggenschap, zowel voor studenten als voor personeel. Naast zijn studie werkt Snellink op het ROC Mondriaan en is hij organisatiesecretaris van het Haagse SP-bestuur.
In de komende vier jaar wil Snellink zich inzetten voor meer democratie in de provincie en minder geld verspilling door de provincie. "De provincie duwt inwoners allerlei geldverslindende prestigeprojecten door de strot zonder te vragen of men hier wel op zit te wachten. Aan de andere kant verdwijnen er overal buslijnen en heeft de provincie geen geld voor haar kerntaken" aldus Snellink
In de komende vier jaar wil Snellink zich inzetten voor meer democratie in de provincie en minder geld verspilling door de provincie. "De provincie duwt inwoners allerlei geldverslindende prestigeprojecten door de strot zonder te vragen of men hier wel op zit te wachten. Aan de andere kant verdwijnen er overal buslijnen en heeft de provincie geen geld voor haar kerntaken" aldus Snellink
Docentcollegevoorzitter
Het vak economie en overheid deel twee werd gegeven door de heren Pim Breebaart en Tim van Tongeren. Zo werd ons medegedeeld. We waren eerstejaars Bestuurskunde/Overheidsmanagement studenten en wisten nog niet veel. Het vak economie en overheid deel een was gegeven door een weinig inspirerend docent. Veel hoop dat het met deel twee van het vak beter werd, hadden we niet. Daarnaast telde nog mee dat het vak op donderdagochtend kwart voor negen gegeven werd. Niet echt het ideale tijdstip voor studenten.
Pim & Tim, zo stelde ze zich voor aan de groep studenten om 8.45 die donderdagochtend. De één was voorzitter van het College van Bestuur. Niemand die wist wat het College van Bestuur was en deed. De ander was academiedirecteur. Dat deed bij sommige wel een lichtje branden. Studentenhersenen zijn meestal niet erg werkzaam op de vroege ochtend. Pim & Tim waren vooral heel blij dat ze voor de klas mochten staan. Dat merkte wij ook. Ze deden heel enthousiastisch en een beetje te opgewekt voor een donderdagochtend. Later leerde ik dat ze altijd zo waren. Uiteindelijk kregen Pim & Tim onze studentenhersenen aan het werk. De collegereeks werd bovenmatig goed bezocht. Er waren heftige discussies. En studenten spraken hun waardering uit voor Pim & Tim. De tentamencijfers vielen ook erg mee, terwijl er toch een reader van zo'n vierhonderd pagina's doorgewerkt moest worden.
Onderwijsbestuurders die les geven en daar dan heel blij van worden. Het klinkt zo logisch, maar hoe vaak gebeurt het nog? Ik heb er nooit onderzoek naar gedaan. Waardering heb ik er wel voor. En dan niet gewoon een gastcollege hier en daar, maar gewoon een hele collegereeks geven aan eerstejaars studenten. Inclusief voorbereiding en na(kijk)werk. Later bleek dit typerend te zijn voor onze collegevoorzitter. Hij was en is docent, daarnaast gaf hij leiding aan een onderwijsinstelling.
Zijn manier van leidinggeven, waar overigens iedereen een mening over had, was een soort van docentcollegevoorzitter. Sommige waren er hysterisch enthousiast over, andere werden er een beetje hysterisch van. Vanuit de medezeggenschap heb ik die manier van leidinggeven ongeveer twee jaar kunnen bestuderen en, een beetje dan, bijsturen. Medezeggenschap vond Pim belangrijk. Of, zoals een goed bestuurder dat doet, hij wekte de indruk dat hij het belangrijk vond. Eigenwijs, bevlogen en scherp, zo heb ik hem altijd meegemaakt. Stelde je een vraag, kreeg je vaak een inspirerend verhaal te horen. Een antwoord op de vraag was het niet, maar dat was je als vraagsteller allang weer vergeten. Of, en dat werkte ook bijna altijd, hij stelde een wedervraag en daar ging iedereen vervolgens op in. Studenten in de medezeggenschap vond Pim belangrijk. Studenten vond Pim sowieso belangrijk. Studenten, daar ging het in het onderwijs toch om moet hij gedacht hebben. De deur van zijn kamer, hoewel goed verstopt in het gebouw, stond altijd open voor iedereen en zeker ook studenten. Fantastisch vond hij het om met studenten in discussie te gaan over onderwijs en de samenleving.
Onze grote roerganger verlaat ons na dertien jaar. Een beetje spannend is dat wel. Zullen we net zo'n bevlogen onderwijsbestuurder ervoor terug krijgen met oog voor studenten? De tijd zal het leren. We zullen echter Pim niet zo snel vergeten. Ik heb ook zomaar het idee dat we nog veel gaan horen van onze ex-collegevoorzitter.
Deze column is verschenen in 'Ode aan Pim Breebaart' het afscheidsboek van studenten van de Haagse Hogeschool aan Pim Breebaart. Februari 2010
Pim & Tim, zo stelde ze zich voor aan de groep studenten om 8.45 die donderdagochtend. De één was voorzitter van het College van Bestuur. Niemand die wist wat het College van Bestuur was en deed. De ander was academiedirecteur. Dat deed bij sommige wel een lichtje branden. Studentenhersenen zijn meestal niet erg werkzaam op de vroege ochtend. Pim & Tim waren vooral heel blij dat ze voor de klas mochten staan. Dat merkte wij ook. Ze deden heel enthousiastisch en een beetje te opgewekt voor een donderdagochtend. Later leerde ik dat ze altijd zo waren. Uiteindelijk kregen Pim & Tim onze studentenhersenen aan het werk. De collegereeks werd bovenmatig goed bezocht. Er waren heftige discussies. En studenten spraken hun waardering uit voor Pim & Tim. De tentamencijfers vielen ook erg mee, terwijl er toch een reader van zo'n vierhonderd pagina's doorgewerkt moest worden.
Onderwijsbestuurders die les geven en daar dan heel blij van worden. Het klinkt zo logisch, maar hoe vaak gebeurt het nog? Ik heb er nooit onderzoek naar gedaan. Waardering heb ik er wel voor. En dan niet gewoon een gastcollege hier en daar, maar gewoon een hele collegereeks geven aan eerstejaars studenten. Inclusief voorbereiding en na(kijk)werk. Later bleek dit typerend te zijn voor onze collegevoorzitter. Hij was en is docent, daarnaast gaf hij leiding aan een onderwijsinstelling.
Zijn manier van leidinggeven, waar overigens iedereen een mening over had, was een soort van docentcollegevoorzitter. Sommige waren er hysterisch enthousiast over, andere werden er een beetje hysterisch van. Vanuit de medezeggenschap heb ik die manier van leidinggeven ongeveer twee jaar kunnen bestuderen en, een beetje dan, bijsturen. Medezeggenschap vond Pim belangrijk. Of, zoals een goed bestuurder dat doet, hij wekte de indruk dat hij het belangrijk vond. Eigenwijs, bevlogen en scherp, zo heb ik hem altijd meegemaakt. Stelde je een vraag, kreeg je vaak een inspirerend verhaal te horen. Een antwoord op de vraag was het niet, maar dat was je als vraagsteller allang weer vergeten. Of, en dat werkte ook bijna altijd, hij stelde een wedervraag en daar ging iedereen vervolgens op in. Studenten in de medezeggenschap vond Pim belangrijk. Studenten vond Pim sowieso belangrijk. Studenten, daar ging het in het onderwijs toch om moet hij gedacht hebben. De deur van zijn kamer, hoewel goed verstopt in het gebouw, stond altijd open voor iedereen en zeker ook studenten. Fantastisch vond hij het om met studenten in discussie te gaan over onderwijs en de samenleving.
Onze grote roerganger verlaat ons na dertien jaar. Een beetje spannend is dat wel. Zullen we net zo'n bevlogen onderwijsbestuurder ervoor terug krijgen met oog voor studenten? De tijd zal het leren. We zullen echter Pim niet zo snel vergeten. Ik heb ook zomaar het idee dat we nog veel gaan horen van onze ex-collegevoorzitter.
Deze column is verschenen in 'Ode aan Pim Breebaart' het afscheidsboek van studenten van de Haagse Hogeschool aan Pim Breebaart. Februari 2010
Abonneren op:
Berichten (Atom)